Verhalen van onze ouders

Riekje (76) eert vader met tocht langs beruchte Birma-spoorlijn: ‘Als ik het voor me zie, krijg ik braakneigingen’

Met een tocht langs de Birma-spoorlijn bracht Riekje Hoffman (76) een eerbetoon aan haar vader en de vele andere dwangarbeiders en krijgsgevangenen die daar onder mensonterende omstandigheden aan moesten werken. De Amersfoortse heeft een missie: de verhalen van de oorlogsjaren in voormalig Nederlands-Indië doorgeven aan volgende generaties. Ze blijft strijden voor meer aandacht voor de pijnlijke kant van de geschiedenis.

Thijs Tomassen

„Deze tocht was voor mij een langgekoesterde wens. Mijn vader was KNIL-militair, maar heeft nooit of slechts ternauwernood over de oorlogsjaren van Nederlands-Indië verteld. Ook niet over zijn krijgsgevangenschap tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. In die periode moest hij meewerken aan de Birma-spoorlijn, die de Japanners lieten aanleggen tussen Thailand en Birma om militaire troepen en materialen te vervoeren.”

„Net als mijn vader zwegen veel andere mensen die deze pijnlijke geschiedenis hebben meegemaakt. Soms omdat ze er niet over wilden praten, soms omdat ze er niet over konden praten, maar vaak ook omdat ze er nauwelijks de mogelijkheid voor kregen.”

„Mijn generatie krijgt weleens het verwijt dat we niks aan onze ouders hebben gevraagd. Alsnog kan ik verhalen doorgeven. Dan moet ik wel weten wat er is gebeurd. Toen mijn zoon Joeri tien jaar was en ik veertig, vond ik dat ik maar eens moest kijken waar ik oorspronkelijk vandaan kom. Zodat ik ook aan Joeri duidelijk kon maken waar zijn roots liggen.”

Oorlogsverhalen doorgeven aan volgende generaties

„Mijn vader komt van Java, mijn moeder van Sumatra, dus daar zijn we geweest. Daar is het niet bij gebleven. Ik wil het verhaal van de oorlogsjaren zoveel mogelijk doorgeven aan volgende generaties. Met wat ik voor mezelf of voor anderen boven water krijg kan ik onzekerheid wegnemen. Of ik kan de derde generatie duidelijk maken waarom opa en oma waren zoals ze waren. Ik wil ook op onderzoek uit om mijn eigen rugzak wat lichter te maken, want het trauma van het oorlogsverleden van mijn ouders werkt door. Ik kan veel dragen, maar het hoeft niet allemaal zo zwaar.”

Ik moest doorzetten en daardoor kon ik mij enigszins inleven in het fysieke werk dat de oorlogsslachtoffers moesten leveren aan het spoor

„In november was het tijd voor een nieuwe stap: mijn queeste langs de Birma-spoorlijn, in het jaar dat we stilstaan bij 80 jaar vrijheid. Ik ging fysiek voorbereid op deze georganiseerde groepsreis. Ik had getraind, was naar Monschau in de Duitse Eiffel gegaan om langs een rivier te klauteren en heb kilometers door het zand van de Lange Duinen gebanjerd. Thailand had ik vorig jaar al ontdekt, waarbij twee dagen in een regenachtige jungle en het overwinnen van hoogtes mij gesterkt hadden. Ik moest doorzetten en daardoor kon ik mij enigszins inleven in het fysieke werk dat de oorlogsslachtoffers moesten leveren aan het spoor.”

„Ook heb ik me verdiept in de Birma-spoorlijn en het persoonlijke verhaal van mijn vader. Ik weet dat hij met een heleboel andere krijgsgevangenen en dwangarbeiders opgepropt in grote boten en onder vreselijke omstandigheden over zee is gebracht naar Singapore. Daar werden ze gestationeerd in kampen die zo groot waren dat hij en zijn drie broers elkaar niet eens hebben ontmoet.”

„Japan koos mensen uit op hun kunnen. Binnen de kampen waren werkgroepen. Mijn vader zat in de houtgroep. Hij moest bomen kappen in het oerwoud om de grond vlak te maken en bielzen voor de spoorlijn aanbrengen. Net als andere gevangen werkte hij van zes uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds: in het pikkedonker beginnen en eindigen. Constant aan het werk. En als ze aan het einde van de dag uitgeput waren, was er hoe langer de oorlog duurde steeds minder te eten. Ze kregen uiteindelijk een hapje stijfsel en moesten zelf op zoek naar eten, met ondervoeding tot gevolg.”

Ziektes

„De omstandigheden waren erbarmelijk en de krijgsgevangenen – veelal Nederlanders, Engelsen en Australiërs – en dwangarbeiders – veelal Aziaten – raakten meer en meer verzwakt. Niet gek dus dat er ziektes uitbraken. We zijn tijdens de reis op een plek geweest waar een groot kamp is afgebrand om een uitbraak van cholera in te dammen. Waar je elders nog overblijfselen vindt, is daar helemaal niets meer over. Dat heeft me veel gedaan.”

„Ook zijn veel mensen door geweld om het leven gekomen, met name Aziatische dwangarbeiders die als slaven behandeld werden. De Japanners en hun Koreaanse helpers waren nietsontziend in hun mishandelingen. Naar schatting overleden er 80.000 tot 100.000 mensen bij de aanleg van de Birma-spoorlijn. Niet voor niets kreeg het de ‘dodenspoorlijn’ als bijnaam. Bij dat soort verhalen denk ik: tel alsjeblieft je zegeningen.”

Al die vermagerde mensen die daar stonden te hakken en te zwoegen, zonder eten maar met zweepslagen. Als ik dat visualiseer krijg ik braakneigingen

„De meest indringende ervaring had ik op de Hellfire Pass in Thailand, het deel waar de omstandigheden en het werk het zwaarst zijn geweest. Het graafwerk moest daar van bovenaf naar beneden gebeuren, enorm risicovol, en er was een grote druk om het werk snel af te krijgen. Op andere weidse plekken zou je jezelf nog enigszins kunnen wegtoveren, maar deze plek, tussen twee metershoge stenen wanden in, was letterlijk beklemmend.”

„Als je de ene kant opkeek was het donker en uitzichtloos en als je de de andere kant opkeek ook. Het enige licht dat je zag waren de rode flakkeringen van de toortsen aan de zwarte stenen wanden. En dan al die vermagerde mensen die daar stonden te hakken en te zwoegen, zonder eten maar met zweepslagen. Als ik dat visualiseer krijg ik braakneigingen, snap je me?”

„Dit hebben zoveel duizenden mensen meegemaakt. En daar mag niet over gesproken worden? Daar is geen ruimte voor, geen tijd voor? De mensen die deze hel overleefden hebben zoveel in hun rugzak meegenomen. Symbolisch heb ik de jas van mijn vader meegenomen op deze tocht. Ik zei: ‘Kijk even rond zonder zweepslagen, zo ziet het er nu uit. Ik volg u in uw voetstappen en ik zal niet opgeven.’ Dus of ik nu een, twee of drie keer daarheen moet om te weten wat er allemaal heeft gespeeld, dan doe ik dat. Ik wil het hele verhaal ontsluiten, voor mezelf en voor al die andere mensen.”

Vader gevonden

„Ik deed deze reis met een groep van 35 mensen die elk hun eigen reden hadden om dit te doen. Ik heb daar veel van geleerd en heb gezien hoe zij met veerkracht omgaan met hun geschiedenis. Langs de spoorlijn hebben we oorlogsgraven bezocht. Op een plek was een herdenking voor alle mensen die daar tewerkgesteld waren. Voordat ik uit Amersfoort vertrok vroeg een 93-jarige vrouw mij: ‘Riekje, als je daarnaartoe gaat en je hebt de kans, kun je dan kijken of je mijn vader kan vinden?’ Het is me gelukt, ik heb haar vader gevonden, zowel de persoonlijke documenten als zijn graf. Dat ik daar een bloemetje heb kunnen neerleggen voelde heel bijzonder.”

Als ik de verbinding maak met het hier en nu, en de beelden van Gaza en Oekraïne zie, hoef ik me niet zoveel meer voor te stellen hoe het was. Je voelt de pijn, het verdriet en de onzekerheid

„Die Amersfoortse vrouw vertelde mij dat ze niet over deze geschiedenis mocht praten, want Nederland was in de periode na de Tweede Wereldoorlog zelf bezig met de wederopbouw. Ook de misvattingen over hoe het in voormalig Nederlands-Indië is geweest hebben veel mensen bewogen om hun monden gesloten te houden. Je werd niet uitgenodigd, er was geen plek en het kon weleens heel pijnlijk zijn. Maar als ik de verbinding maak met het hier en nu, en de beelden van Gaza en Oekraïne zie, hoef ik me niet zoveel meer voor te stellen hoe het was. Je voelt de pijn, het verdriet en de onzekerheid.”

Oorlog werkt generaties door

„Ik voel de opdracht om te laten zien hoe de oorlogsgeschiedenis doorwerkt, ook na zoveel generaties. Daarom ben ik mede-initiatiefnemer van de foto-expositie Vrijheid in het hoofd in De Observant, die nog tot en met 31 januari loopt. Voor de podcast die daarbij hoort sprak ik mensen die al heel lang verhalen met zich meedragen, vaak in stilte. Zwijgen was vaak een manier om verder te kunnen na de oorlogsjaren, de kampen, het verlies van thuis en de komst naar Nederland. Maar de geschiedenis leeft door – in herinneringen, in lichamen, in families.”

„Het verhaal van de Birma-spoorlijn past daar helemaal in. Veel van de mensen die ik sprak zijn opgegroeid zonder vader, want die zat op de Birma-spoorlijn of op Sumatra, waar ook een van de beruchte dodenspoorwegen moest worden aangelegd. Als ik deze verhalen kan doorgeven, en ik heb de middelen, de moed en de energie om die kant op te gaan, dan vind ik dat ik dat moet doen. Ik kijk in de geschiedenis van mensen die daar zelf niet over kunnen vertellen. Daar ga ik net zo lang mee door tot het elastiekje knapt — en bij Indo’s kun je lang rekken. Nee, mijn strijd is nog lang niet gevoerd.”