Nieuws 2024

De peuter van toen ontplooide zich tot een gehoorzaam oudste kind. Voor de buitenwereld vormden ze een normaal gezin, maar voor haar was het een jeugd op kousenvoeten, altijd alert. Haar broer en zus hadden hun eigen overlevingsstrategie. ,,Onze moeder kon er niks aan doen, maar wij ook niet.”

,,Eén van de moeilijkste dingen was dat er geen ruimte bestond voor óns verdriet. Of het nou om een geschaafde knie ging of om iets veel groters, het werd altijd afgedaan als onbelangrijk. Het leed en de pijn die mama in de kampen had ervaren, die was immers vele malen erger.’’

‘Oorlog maakt ontzettend veel kapot’

Kolb doet weloverwogen haar verhaal aan de vooravond van de herdenking van de bevrijding van Nederlands-Indië op 15 augustus, maar licht valt het haar niet. ,,Ik doe het vanuit de overtuiging dat vooral persoonlijke verhalen over de gevolgen van oorlog mensen de ogen kunnen openen. Het is ook de reden dat we blijvend moeten herdenken. Oorlog is zinloos en maakt ontzettend veel kapot, tot vele generaties daarna. Als we stoppen met vertellen, eindigt het nooit.’’

Op tafel ligt het dagboek dat haar oma, Crien Bolhuis-Schilstra, in het diepste geheim en in een onberispelijk handschrift bijhield tijdens het verblijf in de kampen. Kolb las er, veel later pas, in wat haar eigen moeder, Ank Kolb-Bolhuis, op jonge leeftijd doormaakte en hoe ze leerde van dag tot dag te overleven. Op één en dezelfde bladzijde kon haar oma schrijven over een prachtige lentedag, gevolgd door de wreedheid van een Japanse bewaker en het bedenken van cadeautjes voor de verjaardag van de kinderen. Ze vernam er zelden iets over van haar moeder, die het zwijgen verkoos.

Het dagboek dat haar oma bijhield.

,Mijn moeder werd geboren op Java als tweede kind van landbouwingenieur landbouw Garbrand Bolhuis en zijn Nederlandse vrouw. Ze kozen in 1930 voor een toekomst in Nederlands-Indië. Na een moeizame start volgden voorspoedige jaren. Opa had werk en verdiende voldoende geld, ze hadden een mooi huis met personeel en dan ook nog dat prachtige land. Kolonialen ja, ik weet het. Alles veranderde toen het Japanse leger in 1942 Nederlands-Indië binnenviel.”

Op het nippertje

,,Omdat het ouderlijk huis doelwit kon zijn van luchtaanvallen, werden mijn moeder en haar broer – ze waren toen zeven en negen jaar – ondergebracht op een rubberplantage van een bevriende familie in de bergen. De plantage-medewerkers keerden zich, moed puttend uit de Japanse inval, echter tegen hun bazen. De familie vluchtte samen met mijn moeder en mijn oom de jungle in. Ze werden achtervolgd en beroofd door rebellerende inlanders en bereikten de bewoonde wereld na tweeënhalve week op het nippertje. Ik denk nog altijd dat mijn moeder aan die gebeurtenissen het grootste trauma aan overhield.”

 

Mijn moeder zweefde twee keer op het randje van de dood door een infectie­ziek­te.

Corine Kolb

,,Terwijl opa door het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, red.) werd opgeroepen het land te verdedigen en al snel krijgsgevangene werd gemaakt, deporteerden de Japanners oma en haar kinderen in december 1942 naar interneringskamp Kareës. Twee jaar later kwamen ze terecht in het beruchte kamp Tjideng, in een afgesloten deel van Jakarta. Mijn moeder zweefde twee keer op het randje van de dood door een infectieziekte.”

Scheiding is onvermijdelijk

Oma sleepte haar er doorheen. Toen de bevrijding van de Japanners in augustus 1945 het begin bleek van een verzetsstrijd tegen de koloniale machthebber, werden oma en de kinderen gerepatrieerd naar Nederland. Opa leed aan tbc en vertrok met een andere boot. In Nederland verbleef hij drie jaar in een sanatorium. Het zou uiteindelijk acht jaar duren voordat ze elkaar weer zouden zien. De scheiding die volgde was onvermijdelijk.

Corine Kolb: ,, Ik moet drie jaar zijn geweest toen ik op een avond geschreeuw hoorde boven.”
 
Corine Kolb: ,, Ik moet drie jaar zijn geweest toen ik op een avond geschreeuw hoorde boven.” © Nico Brons

,,Ze waren amper in Nederland of mijn moeder van 11 en haar broertje van 13 werden apart van elkaar ondergebracht bij onbekende familie in een voor hen vreemd land. Na een jaar volgde de hereniging met oma. Waar oma al die tijd was verbleven, was niet duidelijk. Mijn inschatting is dat ze verbleef in een psychiatrisch ziekenhuis. In het eerste kamp zat ze ook een tijd in een huis voor afgeknapte ‘gekke’ moeders.”

,,Mijn moeder ging op haar 18de studeren aan de universiteit van Wageningen, waar haar vader inmiddels werkzaam was. Ze was een slimme vrouw, al maakte ze haar opleiding niet af. Vriendinnen uit de tijd omschrijven haar als eigenzinnig en bij tijden onberekenbaar. Ze ontmoette er mijn vader, trouwde met hem en kreeg drie kinderen, twee dochters en een zoon.”

Eén gebeurte­nis in huis was achteraf bepalend voor de verhouding tot mijn moeder. Ik ben er pas achter gekomen na mijn 50ste, zo diep zat het weggestopt

Corine Kolb

,,Eén gebeurtenis in huis was achteraf bepalend voor de verhouding tot mijn moeder. Ik ben er pas achter gekomen na mijn 50ste, zo diep zat het weggestopt. Ik moet drie jaar zijn geweest toen ik op een dag geschreeuw hoorde boven. Ik was bijna bovenaan de trap op en zag hoe mijn vader op de overloop mijn moeder tegen hield. Ze gilde: ‘Ik wil weg en ik wil dood’, maar hij liet haar niet los. Ik ben omgedraaid zonder dat ze me gezien hadden. Alle veiligheid die je als kind nodig hebt, was in één klap weg.”

Haar zelfverkozen dood

,,Vanaf die dag voelde ik me verantwoordelijk voor mijn moeders welzijn. Altijd en overal en tot het laatst, dertien jaar geleden, de dag van haar zelfverkozen dood. Een symbiose-trauma heet dat tegenwoordig; je vereenzelvigt je compleet met een ouder, in mijn geval mijn moeder. Ik heb lang niet geweten wie ik nou eigenlijk zelf was.”

Deze pennenhouder is gemaakt van bamboe, in het Jappenkamp.
 
Deze pennenhouder is gemaakt van bamboe, in het Jappenkamp. © Nico Brons

,,Eén keer zaten we samen in een therapiesessie, mijn moeder en ik. Dat was op verzoek van mijn psychotherapeut. Binnen de kortste keren ging het toch weer over háar kampverleden. Ik ontplofte voor de eerste en enige keer in haar bijzijn, zo kwaad was ik. Ze begreep het niet.”

,,Twee weken later belde mijn vader met de vraag wat er in hemelsnaam was gebeurd bij de therapeut. Moeder lag alleen maar op bed en wilde dood. Het zoveelste appèl. Ze kon er niks aan doen, maar ik ook niet. De laatste jaren voor haar dood accepteerden we allebei dat we elkaar in dit leven niet konden bereiken. De hoeveelheid pijn die, voortvloeiend uit de oorlog, tussen ons in stond, was niet te overbruggen.’’


—————————————————-


NIEUWS van JOLIEN van der GEUGTEN

Samen met mijn vader Tom van der Geugten (Historicus, geboren in Bandoeng 1952) geef ik (meer dan 10 jaar wonend in Amersfoort) de Indonesische stripserie De legende van Vleermuisvechter uit. Een satirisch verhaal over het koloniale verleden, gemaakt door Dwi Koendoro.

Deel 1 en 2 verschenen de afgelopen twee jaar, deel 3 zal op 14 juni verschijnen in Amersfoort. Hiervoor organiseren we ook een aantal wandelingen ‘Indische sporen in Amersfoort’ waarbij we kijken naar het Indische/Indonesische perspectief op het verleden in het historische centrum van Amersfoort. Omdat in deel 3 culturele invloeden uit Portugal voorkomen zoals krontjong en spekkoek, organiseren we rondom de boekpresentatie op 14 juni een Indisch evenement met krontjongmuziek, Indisch eten en gastsprekers.

Vindt u het leuk om meer te horen over ons project, en het wellicht binnen uw netwerk ook kenbaar te maken?

Meer informatie vindt u op www.delegendevanvleermuisvechter.nl

Vriendelijke groet,

Jolien van der Geugten

———————————————————————

Nieuws van het Rietveldpaviljoen in Amersfoort
Vanaf zondagmiddag  26 januari is in het Rietveldpaviljoen vijf weken lang van Armando Ello en Simone Berger de rondreizende foto-expositie ‘Leven met oorlog. Van overleven naar leven’ te zien. Dit maakt onderdeel uit van de nieuwe expositie ‘Bitterzoet’. 

Met ook aquarellen van schilderes Hetty Ansing die meewerkte aan de gedichtenbundel ‘Stil verlangen’ van Simone Berger met 80 Maleise pantuns.

———————————————————————

De Jasmijn: een symbool van respect, betrokkenheid en medeleven.

De Melati is een typisch Indische bloem. Een bloem die voorkomt in Indonesië, maar in Nederland maar moeilijk kan gedijen. De bloem symboliseert tegelijk het leven en haar schoonheid maar ook het geestenrijk en de dood. Zoals de geur een lang vergeten herinnering kan oproepen, zo staat de afbeelding van deze bloem symbool voor het niet-vergeten. Het niet vergeten van een gedeeld verleden, dat een veilige plaats moet krijgen in onze harten.

Irris Driessen Vanhommerig heeft deze Melati verwerkt in een vlag.
Deze prachtige vlag is te verkrijgen via  irris.melativlag@gmail.com

De kosten van de vlag zijn Euro 18,50 excl verzendkosten
De afmetingen van de vlag zijn 150 cm x 100 cm

Wil u meer weten over de de Melati vlag en de achtergronden bezoek dan de website melativlag.jimdofree.com

———————————————————————

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is flyer.jpg

Boek bestellen kan zeker.
Neem contact op met Jim Grondhuis. jimbordet@gmail.com