Nieuws 2020

De onthulling was op het binnenplein van stadscafé De Observant, maar het monument krijgt nog een definitieve plek. Waar in de stad het gedenkobject precies komt te staan is nog niet bekend. Zeker is al wel dat Amersfoort half augustus voortaan ieder jaar stil zal staan bij de bevrijding van de voormalige Nederlandse kolonie. De laatste in Amersfoort wonende overlevers van de Jappenkampen, maar vooral hun kinderen en kleinkinderen willen zo de ‘vergeten bevrijding’ levend houden.

De Amersfoortse glaskunstenares Hilde Paalvast ontwierp op verzoek van initiatiefnemers Francis Hazekamp en Riekje Hoffman een massieve glazen schijf op een metalen sokkel. In het hart van de cirkel prijkt aan beide zijden van het object een voorstelling van de Indische Jasmijn, de bloem die troost, hoop en onverzettelijkheid uitdrukt voor de Indiërs.

Gruwelen

Aan de voorkant is de in een zwart vlak zwevende ‘Melati’ omgeven door witte pluisjes. Ze symboliseren volgens Paalvast het leven dat ondanks alle gruwelen uit de oorlog zijn loop hervond. Aan de keerzijde domineert het zwart, wat volgens de kunstenares staat voor het leed dat het Indische volk is aangedaan.

Hoffman en Hazekamp zijn beide kinderen van Indische vaders, die gedwongen door de Japanners meewerkten aan de aanleg van de Birmaspoorlijn. Ze overleefden de verschrikkingen, waar veel landgenoten bezweken aan honger en ellende. Zoals veel van hun landgenoten zochten ze hun heil na de oorlog in Nederland en zwegen ze tegenover hun kroost als het graf over de ontberingen in de oorlogsjaren.

Verse wonden

Het waren de kleinkinderen die de verhalen los kregen, memoreerde de Amersfoortse burgemeester Lucas Bolsius in zijn toespraak op het feestelijk aangeklede plein van De Observant. ,,Er gaat na een oorlog vaak een generatie overheen voordat de herinneringen levend worden en hun plek krijgen. De wonden waren te vers. Pas als opa of oma gingen sommigen praten. En ja, het blijft belangrijk om te weten wat er is gebeurd. Om te horen over de pijn, het verlies, de heimwee. Pas dan namelijk kan de vrijheid waarin wij leven op waarde worden geschat’’, aldus de burgemeester, die de eer was gegund het monument te onthullen.

Het blijft belangrijk om te weten wat er is gebeurd. Om te horen over de pijn, het verlies, de heimwee

Lucas Bolsius, burgemeester

Riekje Hoffman droeg tegen de protocollen in de koninklijke onderscheiding die Bolsius haar eerder mocht opspelden voor grote maatschappelijke verdiensten. Ze gaf er staand op het podium een klopje op en keek trots het publiek in. ,,Eigenlijk mag het alleen als er koninklijk bezoek is. Vandaag is echter een uitzondering. In deze speld zitten voor mij namelijk duizenden kleine speldjes, voor alle Indische vaders, moeders, broers en zussen die de oorlog niet overleefden.’’

Bijbeltje

Terwijl de klanken van het stadscarrillon – dat speciaal voor de gelegenheid Indische liedjes ten gehore bracht – over het binnenplein dwarrelden, kregen sommige van de aanwezigen het te kwaad bij de slotwoorden van Hoffman. ,,Mijn vader bleef in zijn kampjaren altijd vasthouden aan zijn bijbeltje. Hij werd vastgebonden aan vier palen, de armen en benen uit elkaar gerekt, maar verloor nooit de moed. Wij zijn als bamboe, zei hij ooit, we buigen en we komen weer omhoog. Het Indische volk is als een onuitroeibaar gewas. We zorgen altijd voor een nieuwe toekomst.’’